1940, Une victoire éclair

Icoon

Over de campagne van 1940 en wat hieraan vooraf ging

Geschiedenis vervalsing en plagiaat in Blitzkrieg legende van Karl Heinz Frieser en medeplichtigheid aan fraude

Een belachelijke bijdrage aan” Mai-Juin 1940 Défaite française, victoire allemande
Sous l’oeil des historiens étrangers

In dit boek geeft de heer Frieser een samenvatting van zijn boek “Der Blitzkrieg-legende”. Hij begint met te zeggen dat Blitzkrieg een militair tactisch fenomeen is en zo gaat hij ook meteen in de fout. Blitzkrieg is geen tactiek. Blitzartig is het Nederlandse woord bliksemsnel en in die zin werd dat in Duitsland gebruikt. De grote Duitse encyclopedie Brockhaus geeft als definitie “een in de tweede wereldoorlog ontstaan begrip voor de destijds binnen enkele weken bliksemsnel besliste veldtochten in Polen, Noorwegen en Denemarken, in het westen en op de Balkan, evenals voor de operaties in de eerste maanden van de veldtocht in Rusland; tegenwoordig is het een begrip voor iedere zeer snel besliste oorlog”. Dat is alles.

In de zomer van 1939 werd er in Berlijn druk gesproken over een mogelijke oorlog tegen Polen. Aan de borreltafel verwachtte men dat die maar heel kort zou duren, een bliksemsnelle oorlog, dus een Blitzkrieg. Een journalist van het Amerikaanse weekblad Time ving het woord op en publiceerde het. Op die manier werd het woord wereldbekend, vooral omdat de veldtocht tegen Polen zo snel tot een einde werd gebracht. Men zie hiervoor hoofdstuk drie van mijn boek “1940, une victoire-eclair” waaruit men tevens kan leren dat snelheid in een oorlog of een veldtocht niets nieuws was. De Chinese generaal Sun Tzu waarschuwde al 400 jaar voor onze jaartelling dat lange oorlogen veel te duur zijn voor een land; ze veroorzaken inflatie. Hij heeft nog nooit een bekwaam gevoerde lange oorlog gezien en hij oordeelt dat een aanval moet worden uitgevoerd met een bovennatuurlijke snelheid. ” Val bliksemsnel aan, marcheer bliksemsnel, handel bliksemsnel, kortom: snelheid is de essentie zelf van een oorlog”.

Clausewitz is het hiermee volledig eens: ” zo geconcentreerd mogelijk handelen en zo snel mogelijk handelen “(3.8.9) en voegt eraan toe dat Napoleon nooit anders opereerde en dat zijn veldtochten altijd tot een snelle beslissing leidden. Maar in Rusland liep het mis, dat land was te groot en verdedigde zich goed, gebruik makende van zijn uitgestrektheid.

Derhalve mist de zo “geruchtmakende en originele” theorie van Frieser elke grond.

BLITZKRIEG IS GEEN TACTIEK. HET IS EEN WOORD .

Frieser zet zijn betoog voort met de vermelding dat de Duitsers tot elke prijs een situatie als in de Eerste Wereldoorlog zich had voorgedaan wilden vermijden. Dat is juist. Dat het Duitse, en overigens ook het Franse leger maar weinig waren gemotoriseerd is ook juist. De oorzaak hiervan was dat de industrie niet de capaciteit had om  meer te produceren. Beide legers bestonden dus voor het grootste deel uit infanterie, met hun artillerie, die bij de Fransen sterker was dan bij de Duitsers. In tegenstelling tot Frankrijk was in Duitsland de genie er niet alleen voor om bruggen te slaan, versperringen en mijnenvelden op te ruimen. Het waren vechtende troepen, te vergelijken met de Duitse Stosstruppen uit de Eerste Wereldoorlog die niets te maken hadden met Blitzkrieg maar het vijandelijke front moesten doorbreken, waar zij niet in slaagden. De Duitse genie in 1940 had vlammenwerpers om bunkers onschadelijk te maken en bevonden zich in de eerste linie.

Wat de infanterie betreft, die had als eerste taak marcheren. In de Hitlerjugend werden de jongens hier al op getraind, en in de winter van 1939/1940 was de training voor de soldaten zeer intensief. Tijdens de veldtocht was het verschil in snelheid tussen de tank divisies en de infanterie divisies lang niet zo groot als dat in het algemeen, en met name door Frieser, wordt voorgesteld. “De adembenemende snelheid ” van een tank divisie in colonne is niet meer dan 15 km/h, op de weg en zonder gevecht. Bovendien moet er voortdurend worden halt gehouden voor onderhoud, vervangen van onderdelen zoals de rupsbanden en het bijtanken.  De bemanningen moeten eten, drinken en slapen. Het rijden in colonne met een groot aantal verschillende soorten voertuigen is niet gemakkelijk. In een tank divisie bevinden zich tanks, artillerie, genie, met  burger materiaal, tankwagens, vrachtwagens, personeelswagens, verkenningswagens, motoren, elk met hun eigen snelheid. Voor de oorlog eisten gemotoriseerde voertuigen veel meer onderhoud dan nu, dat wordt nogal eens  vergeten, en vielen veel vaker in panne. Zij moesten dan van de weg worden geduwd om te worden hersteld. Als de benzine op is weigert het voertuig verder elke beweging. Een streng gehandhaafd verkeersreglement is nodig.

Een infanterie divisie kent al deze problemen niet. Als de soldaten 30 km hebben gelopen is het vaak mogelijk om ze aan te sporen nog een eindje verder te gaan. Ze hoeven niet in formatie te lopen, zij zijn niet aan de wegen gebonden en kunnen zonodig door een open veld gaan, hun bepakking kan worden meegevoerd in de huifkarren. Alle auto’s en fietsen die ze onderweg vonden werden meegenomen en gebruikt.

Ook moet niet vergeten worden dat de tank divisies op de linkerflank na enkele dagen geen enkele weerstand meer ondervonden en evenmin vernielingen. Op de rechterflank daarentegen waren zij gewikkeld in harde gevechten en kwamen dan maar heel langzaam vooruit.

“De adembenemende snelheid” van Frieser is dus een historische leugen evenals hetgeen hij hier vermeldt over de tactiek die  zou zijn ontwikkeld door Guderian. Deze heeft voor de oorlog een goede handleiding geschreven over het gebruik van tanks, getiteld “Achtung  Panzer !” waarin hij een samenwerking van alle wapens bepleit, met name met de infanterie. In diepe doorbraken ziet hij niet veel, zulks in tegenstelling tot wat vaak wordt gezegd.

Dat bij een aanval de verrassing van het grootste belang is, is een doctrine die al te vinden is bij Sun Tzu. In 1940 is die gelukt uitsluitend door het feit dat de Fransen het zwaartepunt van de aanval niet tijdig hebben onderkend.

Wat hier verder wordt gezegd over de bewapening en de samenstelling van het Duitse leger is ook al onzin. Troepen die een stelling hebben doorbroken en in de rug van de vijand zijn hebben ook zelf de vijand  in de rug. Het gebied achter hen moet worden bezet en verdedigd. Dit kan alleen de infanterie. Gewonden en krijgsgevangenen moeten naar achteren worden gevoerd, evenals beschadigd materieel. De logistiek moet verzekerd zijn. Dat de infanterie alleen maar uit tweede en derderangs troepen bestond, zoals Frieser beweert, is niet waar. Een vijftigtal divisies was eersterangs en in staat aanvallen uit te voeren en 30 of 40 km per dag te marcheren.

Dat het Duitse opperbevel meende dat het vrijwel onmogelijk was om deze campagne te winnen is ook al niet waar. In maart 1940 al zag men de goede afloop met vertrouwen tegemoet.

Wat hier vervolgens wordt geschreven over de bewapening van de tegenstanders is ook al niet juist. Zeker, de Franse tanks hadden  een sterkere bepantsering maar ze waren langzamer en hadden geen radio. Bovendien waren er slechts drie pantserdivisies. Bovendien kunnen dergelijke divisies alleen opereren bij superioriteit in de lucht. En wat Frieser hier ten beste geeft over de geallieerde luchtmacht is volkomen kolder. De Fransen beschikten over geen enkele moderne bommenwerper en de eerste jachtvliegtuigen die het tegen de Duitse konden opnemen kwamen pas begin 1940 uit de fabrieken. Bovendien beschikten zij evenmin als de tanks over radio. Radar hadden zij evenmin. Van een behoorlijke luchtverdedigingsorganisatie was geen sprake, en er was geen modern luchtdoelgeschut. De Luftwaffe kon ongehinderd Parijs bombarderen.

De Franse tactiek van bombarderen was uitsluitend horizontaal, het bombardement in duikvlucht werd niet beoefend, hetgeen een enorme slachtpartij heeft veroorzaakt toen zij de  Duitse bruggen over de Maas bij Sedan aanvielen.

De Engelse luchtmacht was in vele opzichten aanzienlijk beter. In tegenstelling tot de Fransen en de Duitsers had men daar het belang van het strategische bombardement ingezien, en reeds eind juni 1940 waren zij instaat Berlijn te bombarderen. Maar de zware viermotorige toestellen verschenen pas in 1941 in de lucht. Over een goede tactische luchtmacht, zoals de Duitsers die hadden, beschikten men echter niet. Hun moderne jachtvliegtuigen waren volledig opgewassen tegen die van de Duitsers. De luchtverdediging van hun eiland was uitstekend georganiseerd, maar een duidelijk luchtoverwicht verkregen zij pas tijdens de strijd om Duinkerken en de evacuatie van hun troepen daar.

Er was geen mirakel in 1940. De Geallieerden hadden geen enkel solide front zoals in de Eerste Wereldoorlog. De Franse stelling langs de Maas was een aanfluiting van wat zoiets behoort te zijn. Het waren ook niet de tanks die daar de doorbraak veroorzaakten, zoals Friese beweert, maar infanterie, genie, artillerie en luchtmacht. Toen de eerste tank de Maas overstak bestond de Franse stelling bij Sedan al niet meer. Een bruggenhoofd was gevormd en de Duitsers waren bezig dit uit te breiden.

Wat Frieser dan zegt over de tanks die zonder onderbreking naar het Kanaal reden is weer de gebruikelijke onzin. Zij werden op de voet gevolgd door de infanterie. Van logistiek heeft hij blijkbaar ook nog nooit gehoord. Dat de campagne werd beslist door een enkele gepantserde operatie is een leugen. Zie hiervoor hoofdstuk 86 van “1940, Une victoire-eclair”, waarin ik een samenvatting heb gegeven (in het frans) van de “Richtlinien für die Führung Schneller Gruppen (Vor-Entwurf)”, een aanduiding die in Duitsland gebruikelijk was voor gemotoriseerde eenheden. Dit stuk maakt definitief een einde aan alle Indianenverhalen, zoals die van Frieser, over  zelfstandig voortsnellende pantserdivisies. Het zal binnenkort in het origineel op dit blog worden gepubliceerd. Alvast een enkel voorproefje :”Der Einsatz mit den Infanteriearmeen zusammen wird den Regel bilden.”

Het doel van de operatie was om de geallieerde strijdkrachten in België te omsingelen. Een omsingeling is een klassieke operatie die in de geschiedenis al ontelbare keren is uitgevoerd. Te beweren dat dit een geniale nieuwigheid is, is volgens Clausewitz “onbeschrijfelijk belachelijk” (1.2.5.). En dit is wat Frieser doet als hij schrijft dat het een ongebruikelijk idee was, bedacht door Manstein! De legerleiding zou dit “dwaze en avontuurlijke idee” hebben gebruikt om hem over te plaatsen, iets wat deze in zijn boek alleen maar veronderstelt. Van het privé gesprek met Hitler ontbreekt elk bewijs.

Wat hierop volgt is een mengsel van waarheid en leugen. Voor de tanks waren inderdaad vier wegen gereserveerd terwijl de infanterie langs de talrijke secondaire wegen moest oprukken, wat door Frieser wordt verzwegen. Er ontstond inderdaad vertraging die in de eerste plaats werd veroorzaakt door de Belgen, die zich hardnekkig verdedigden aan de Luxemburgse grens en bovendien alle wegen hadden versperd met allerlei soorten van hindernissen, zoals tankgrachten, mijnenvelden, prikkeldraad en omgevallen bomen, die de Duitsers veel last bezorgden, en waarop ze niet hadden gerekend. Inderdaad schreef het opperbevel van de legergroep A begin maart een brief aan de opperbevelhebber van het leger met de suggestie om niet de tanks voorop te laten gaan maar de infanterie. Deze suggestie werd afgewezen en er is geen sprake van dat  legergroep A op eigen houtje infanterie ging toevoegen. In de plannen werd niets veranderd.(zie “1940, Une victoire-eclair hoofdstuk 53, briefwisseling Sodenstern-Halder ) .

Dat de geallieerde luchtmacht een mooie kans had om de colonnes te bombarderen wordt vaak gezegd. Er wordt echter nooit aan toegevoegd dat de Duitse luchtmacht de opdracht had en ook klaarstond om die colonnes te beschermen. Iets wat nooit gezegd wordt is, dat de Franse troepen die België waren binnengetrokken een prachtige kans hadden om in de nacht in kleine groepjes vastberaden manschappen, gewapend met handgranaten en pistoolmitrailleur’s, de stilstaande colonnes aan te vallen. Dit was iets wat de Polen en vooral de Finnen (de zogenaamde Molotov-cocktail) deden. Het gevecht van  infanterist tegen tank is ook in de veldtocht tegen de Sovjetunie door het Rode leger met succes toegepast. De Finse tactiek en hun successen was in alle kranten te lezen, maar de Fransen deden daar niet aan.

Het feit dat  er tijdens de gevechten in de Franse stelling bij de Fransen een paniek ontstond is de Duitsers volkomen ontgaan. In hun rapporten wordt daarover niet gesproken. De paniek is er geweest, maar zeker niet de oorzaak van de Duitse doorbraak .De Franse troepen bestonden voor een groot deel uit zogenaamde divisies B, soldaten van boven de 30 jaar, vaak al getrouwd en met kinderen, die niet geneigd zijn grote risico’s te nemen, zoals jongens van 20 dat wel doen. Daaruit bestonden de Duitse troepen, aangevoerd door ondernemende officieren en onderofficieren, terwijl die laatsten bij de Fransen vaak ontbraken. Het moreel was reeds aanzienlijk verzwakt door de luchtaanval van de duikbommenwerpers die gemakkelijk had kunnen worden voorkomen door over de linie een dikke laag kunstmatige rook te leggen. Een duikbommenwerper moet de grond kunnen zien om te weten op welk moment hij weer moet opstijgen uit de duikvlucht. Dit was de reden dat het offensief, dat op 9 mei had moeten beginnen, een dag werd uitgesteld vanwege de heersende grondmist in Frankrijk. De Franse soldaten moesten de luchtaanval lijdelijk doorstaan, geen enkele verdediging was mogelijk. Luchtdoelgeschut en luchtmacht ontbraken.

Het gedeelte dat nu volgt bestaat grotendeels uit een serie lachwekkende leugens. De ernstigste daarvan is wel dat het opperbevel op het bruggenhoofd halt wilde houden en dat de tanks verscheidene dagen moesten wachten tot de infanterie en was. De waarheid is als volgt: in de nacht van 13 op 14 mei is een bruggenhoofd gevormd maar het is niet groot genoeg. De hoogtes bij Stonne, van waaruit de bruggen over de Maas die de Duitsers hadden geslagen, onder vuur konden worden genomen, moesten nog door de Duitsers worden veroverd. De Fransen vallen daar aan en verwoede gevechten zijn aan de gang. Het Duitse opperbevel wil dat de tanks zo snel als maar mogelijk is naar het westen oprukken, in overeenstemming met het operatie plan. Maar het behoud van het bruggenhoofd is essentieel voor het slagen van de onderneming want daardoor moet de logistiek gaan.Rundstedt gaat zelf naar de commandopost van Guderian op de zuidoever van de Maas om te beslissen wat er nu moet gebeuren. Besloten wordt dat  de 9e pantser met het regiment Gross-Deutschland in het bruggenhoofd zullen blijven, terwijl 1e en 2e pantser met een gemotoriseerde divisie, die al ter plaatse is, onverwijld in westelijke richting zullen doorstoten onder leiding van Guderian, hetgeen vroeg in de ochtend van de 14e gebeurt. Tegen de avond is al voldoende infanterie gearriveerd om de 9e pantser af te lossen die terstond in westelijke richting vertrekt om zich te voegen bij Guderian. Het regiment Gross-Deutschland (gemotoriseerde infanterie) is dusdanig door de Fransen toegetakeld, dat het op rust moet worden gezet. De twee andere gemotoriseerde divisies marcheren nu ook in westelijke richting. Zij zijn afgelost door drie gewone infanterie divisies die bij Bouillon al klaarstonden. Stonne is na heftige gevechten, die nog dagenlang hebben geduurd, uiteindelijk in Duitse handen gebleven. Ik herhaal: hetgeen Frieser hier heeft geschreven is een leugen. Dat Guderian zich niets heeft aangetrokken van hem gegeven orders is ook een leugen. Dat hij op eigen initiatief in westelijke richting is getrokken is ook een leugen. Het was op uitdrukkelijk bevel. Dat het opperbevel tijdelijk de controle over de operaties verloor is een belachelijke onzin.Frieser heeft kennelijk nog nooit gehoord van logistiek.

Hitler heeft twee keer een Haltbefehl gegeven, een keer voor de infanterie van het 12e leger en de tweede keer bij Duinkerken voor de tanks, en niet herhaaldelijk.

Zoals gezegd het idee van de omsingeling was niet van Manstein maar van Sun Tzu. In het aanvalsplan werd met herhaling en grote nadruk de grootst mogelijke snelheid bevolen. Het staat vol met woorden als snel, vlug, zonder oponthoud en dergelijke. Een snelle beslissing was uitdrukkelijk de bedoeling.

Het plan berustte op enkele eeuwenoude doctrines: snelheid, verrassing, misleiding, concentratie van krachten, omsingeling. Het kon zo betrekkelijk gemakkelijk slagen vanwege “grote, beslissende en zeldzame fouten bij de tegenstander” (Clausewtitz,2.6.3)

het lezen van deze bijdrage van Frieser heeft mij doen besluiten, mijn tijd niet te te verdoen aan het lezen van zijn dikke boek.

Gearchiveerd onder:Uncategorized

One Response

  1. maarten swarts zegt:

    allereerst vind ik het raar om de mening van een ander (Frieser) meteen als “leugens en belachelijk
    aan te merken. De auteur maakt zelf in dit stuk
    nog niet duidelijk waar hij zijn mening vandaan haalt. Er zullen best onjuistheden in het boek van
    Frieser voorkomen maar reken maar dat er in dit boek ook staan. In ieder geval heeft Frieser een
    zeer goed leesbaar en nauwkeurig boek geschreven
    waar ik veel plezier aan beleefd heb. Overigens zijn de kaarten in dit boek ook zo goed als in Frieser?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

%d bloggers like this: